Home > Over Arval > Nieuws > Vaste bijtellingspercentages gelden ook bij lage autokosten

Vaste bijtellingspercentages gelden ook bij lage autokosten

Vaste bijtellingspercentages gelden ook bij lage autokosten

Fiscaal
donderdag, juni 8, 2017
Arval Mitsubishi Outlander

De Hoge Raad heeft in een arrest van 2 juni 2017 geoordeeld dat het ontbreken van een tegenbewijsregeling tegen de hoogte van de forfaitaire bijtellingspercentages toegestaan is.

Het ging in deze zaak om een thuiszorgorganisatie. Zij gebruikte in de jaren waar de naheffingsaanslagen voor de bijtelling over gingen steeds ongeveer negen auto’s, die vooral gebruikt worden voor het bezoeken van patiënten thuis. De auto’s worden afwisselend door verschillende werknemers gebruikt. Voor geen van de auto’s is een kilometeradministratie bijgehouden.

Het Gerechtshof oordeelde eerder al dat niet in elk geval waarin een werknemer een auto van zijn werkgever heeft bestuurd, kan worden gezegd dat die auto aan de werknemer ter beschikking is gesteld in de zin van de bijtellingswetgeving. In dit geval bleken de auto’s wel aan de werknemers ter beschikking zijn gesteld omdat de werknemers binnen zekere grenzen zelf de manier van gebruik van de auto konden bepalen en omdat de auto’s – hoewel dat niet toegestaan was – privé gebruikt konden worden en in de praktijk ook werden.

Bij de Hoge Raad ging het vooral over de verhouding tussen de totale autokosten en de naheffing van de bijtelling. De betreffende auto’s waren als gebruikte auto’s gekocht tegen zeer lage aanschafprijzen. De totale autokosten van de werkgever waren daarom in verhouding erg laag. De bijtelling ging van de meeste auto’s (niet ouder dan 15 jaar) echter over de nieuwprijs.

Bij de Hoge Raad werd daarom aangevoerd dat het ontbreken van een tegenbewijsregeling met zich brengt dat belanghebbende zich niet tegen de hoogte van het zogenoemde autokostenforfait van artikel 13bis Wet LB kan verweren, wat leidt tot een “onaanvaardbare individuele last”, die strijdig is met het Eerste Protocol bij het EVRM.

De Hoge Raad oordeelde echter dat de wetgever “om redenen van eenvoud, doelmatigheid en praktische uitvoerbaarheid ervoor gekozen het belastbare voordeel van een ook voor privédoeleinden ter beschikking gestelde auto op forfaitaire wijze te bepalen, waarbij ter vermijding van conflicten, administratieve lasten en met het oog op de gewenste eenvoud is afgezien van een uitgebreide tegenbewijsregeling” Volgens de Hoge Raad is deze keuze van de wetgever “niet van elke redelijke grond ontbloot. Gelet op de ruime beoordelingsmarge die de wetgever op het terrein van het belastingrecht toekomt” is dat daarom toegestaan.