BTW-correctie privégebruik
Voor de heffing van omzetbelasting geldt in beginsel dat de aan de ondernemer in rekening gebrachte en (normaliter) ook betaalde BTW aftrekbaar is voorzover de kosten, waarop deze BTW betrekking heeft, zakelijk zijn. Dit geldt ook voor de kosten die de vennootschap maakt ten behoeve van auto's die aan werknemers ter beschikking worden gesteld. Om discussies over de verhouding zakelijk en privégebruik te voorkomen zijn recent twee besluiten door de staatssecretaris gepubliceerd. Daarin heeft hij aangegeven in hoeverre de BTW over de autokosten in aftrek kan worden gebracht. Van belang is dat een onderscheid wordt gemaakt tussen werknemers die directeur-grootaandeelhouder zijn en overige werknemers. Verrassend is dat er geen volledige gelijkschakeling is met de percentages die in 2004 in de inkomstenbelasting voor de fiscale bijtelling (het zogenaamde autokostenforfait) worden gehanteerd.
Correctie 2008
Met betrekking tot de btw-correctie voor de auto van de zaak heeft de staatssecretaris op 12 februari jl. een besluit gepubliceerd inzake de aftrek van btw. Het belangrijkste onderdeel van het besluit is dat ondernemers voor de btw-correctie van het privé-gebruik van de auto van de zaak voortaan mogen aansluiten bij de forfaitaire regeling in de loon- en inkomstenbelasting.
Aan het einde van het boekjaar moet een ondernemer de aftrek corrigeren van btw op kosten die zien op het privégebruik door zijn personeel van de auto van de zaak. Deze correctie is gebaseerd op het Besluit uitsluiting aftrek btw (BUA). Omdat het in de praktijk lastig is te bepalen welk gedeelte van het gebruik van de auto privé-doeleinden dient en welk gedeelte een zakelijk karakter heeft, stemt de staatssecretaris in met de volgende praktische werkwijze.
1. De btw op de autokosten kan door een ondernemer in aftrek worden gebracht conform het voor hem geldende aftrekpercentage.
2. Voor de btw-correctie voor de auto van de zaak voor werknemers wordt goedgekeurd dat wordt aangesloten bij de forfaitaire regeling in de loon- en inkomstenbelasting voor de bijtelling van het privé-gebruik van de auto. De btw-correctie voor het privé-gebruik van de auto van de zaak bedraagt dan 12% van het bedrag dat voor de loon- en inkomstenbelasting als onttrekking voor privé-gebruik geldt. Dat betekent dat de correctie voor de zogenaamde (zeer) zuinige auto’s ook gebaseerd kan worden op de lagere percentages van 14% of 20%.
3. Als blijkt dat een auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, is geen btw verschuldigd over het privé-gebruik. Er is dan geen sprake van een onttrekking in de zin van de loon- en inkomstenbelasting. Hierbij is wel een zogenaamde werknemersverklaring geen privé-gebruik vereist. Er hoeft in dat geval eveneens geen btw-correctie te worden gemaakt voor het eventuele woon-werkverkeer.
4. Voor bestelauto’s die naar aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt zijn voor het vervoer van goederen of buiten werktijd niet gebruikt kunnen worden, geldt - onder voorwaarden - dat geen loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is. Voor dergelijke bestelauto’s geldt eveneens dat er geen btw op het - eventuele - privé-gebruik hoeft te worden gecorrigeerd.
5. Voor bestelauto’s die doorlopend afwisselend worden gebruikt door twee of meer werknemers kan voor de btw-correctie worden aangesloten bij de regeling voor de loonbelasting. Per saldo is dan 12% x EUR 300,00 aan btw verschuldigd.
Wat moet u doen?
Het besluit werkt terug tot 1 januari 2008. Indien de btw-correctie over 2008 voor het privé-gebruik van de auto van de zaak al is verwerkt in de ingediende aangifte, kan een gecorrigeerde aangifte worden ingediend op basis van deze nieuwe regels. Deze gecorrigeerde aangifte dient te worden ingediend binnen de bezwaartermijn van de aangifte waarin de btw-correctie is aangegeven.
Let wel: de bezwaartermijn bedraagt zes weken en vangt aan op de eerste dag na betaling op aangifte of, in geval van een teruggaaf, op de dag na de dagtekening van de teruggaafbeschikking.
Ten slotte
Op 14 november 2008 heeft de Hoge Raad aan het Europese Hof van Justitie de vraag voorgelegd of het BUA wat betreft de aftrekbeperking voor de auto van de zaak verenigbaar is met het Europese recht. Indien deze vraag ontkennend wordt beantwoord, dan kan de ondernemer alle btw op autokosten in aftrek brengen. Het is daarom raadzaam om de BUA-correctie ter zake van zowel de auto van de zaak als de overige personeelsverstrekkingen in te dienen, maar, ter behoud van rechten, bezwaar te maken tegen dit element van de eigen aangifte.
Directeur-grootaandeelhouder
De directeur-grootaandeelhouder kwalificeert sinds april 2002 als ondernemer voor de omzetbelasting. Voor het privégebruik van de auto die hem ter beschikking wordt gesteld is een aparte regeling opgenomen. Deze regeling houdt in dat in eerste instantie alle verschuldigde BTW over de autokosten in aftrek kan worden gebracht. Aan het einde van het boekjaar is vervolgens 12% omzetbelasting verschuldigd over het bedrag dat in de inkomstenbelasting als bijtelling (het bedrag dat als onttrekking wordt aangemerkt) in aanmerking wordt genomen (22% van de catalogusprijs). Indien minder dan 500 km privé wordt gereden is geen sprake van een bijtelling in de inkomstenbelasting en is ook geen omzetbelasting verschuldigd. Dat geldt evenzeer indien geen sprake is van een onttrekking. Overigens geldt het bovenstaande in principe ook indien de auto niet door de vennootschap, maar door de directeur-grootaandeelhouder zelf wordt gehouden.
Overige werknemers
De staatssecretaris maakt in zijn besluit een onderscheid tussen de werknemers bij wie wel en bij wie geen bijtelling in de inkomstenbelasting in aanmerking wordt genomen (meer of minder dan 500 privékilometers). Indien een werknemer de auto tevens privé gebruikt is 12% x 25% x catalogusprijs van de auto niet aftrekbaar, de zogeheten BTW correctie.
Indien een werknemer minder dan 500 km privé rijdt is 12% x 10% x catalogusprijs van de auto niet aftrekbaar. In deze situatie is geen sprake van een bijtelling in de inkomstenbelasting, maar de staatssecretaris telt hier 10% op voor het woon-werkverkeer.
Tenslotte kan van bovengenoemde regeling worden afgeweken, indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het niet aftrekbare deel van de betaalde BTW te hoog is. Indien de werknemer een kostendekkende vergoeding voor privégebruik betaalt, is de voorbelasting geheel aftrekbaar en dient 19/119e deel van de ontvangen vergoeding als verschuldigde BTW afgedragen te worden.
Is deze vergoeding niet kostendekkend dan is de voorbelasting welke toe te rekenen is aan het privégebruik niet aftrekbaar. Wel dient de werkgever 19/119e deel van de vergoeding af te dragen. Indien echter aan het einde van het jaar bovenstaande forfaitaire aangifte geschiedt kan op het forfaitair berekende bedrag het reeds afgedragen deel over de eigen bijdrage in mindering worden gebracht.


